Onderzoek

Melilla,2016@JosePalazonFundamenteel onderzoek

“Veilig bij de buren?” Rechtsbescherming en effectieve bescherming van gedwongen migranten onder het externaliseringsbeleid van de EU: Juridische, sociologische en politieke perspectieven vanuit Marokko

De EU streeft er in toenemende mate naar om haar internationale verantwoordelijkheid voor de bescherming van vluchtelingen en andere migranten uit te besteden of te 'externaliseren' aan derde landen waarmee zij partnerschappen aangaat, zoals Marokko. Dit doctoraatsonderzoek bekijkt, vanuit een multidisciplinair perspectief, welke juridische en feitelijke bescherming er is voor gedwongen migranten in Marokko. Het evalueert extraterritoriale verantwoordelijkheid onder internationaal vluchtelingen- en mensenrechtenrecht (doctrinair positief rechtsperspectief), onderzoekt wat migranten zelf zoeken en begrijpen als bescherming (rechtsantropologisch gebruikersperspectief), en bekijkt het Marokkaanse asiel- en mensenrechtenbeleid vanuit een specifieke Globale Zuiden-dynamiek (kritisch beleidsperspectief).

Onderzoeker: Ruben Wissing
Promotor: Prof. Ellen Desmet

 

Onderzoeksproject GezinsherenigingGezinshereniging van Turkse migranten in België en Nederland: een vergelijkende studie over rechtsbewustzijn en strategieën in het licht van beleidsevoluties

Het onderzoek focust zich op gezinshereniging van Turkse migranten in België en Nederland. Vanuit een rechtssociologisch perspectief zullen het rechtsbewustzijn en strategieën van Turkse migranten in beide landen onderzocht worden in het licht van beleidsevoluties. Veldwerk is een belangrijk component van het project. De onderzoeker zal in België en Nederland semi-gestructureerde interviews afnemen van Turkse migranten en zal hierin onderzoeken hoe het rechtsbewustzijn van de migranten is ten aanzien van veranderende wet- en regelgeving in beide landen. Aan de hand van deze resultaten zal de onderzoeker een grondige vergelijkende analyse maken van het rechtsbewustzijn en de gebruikte strategieën met betrekking tot gezinshereniging van de Turkse migranten uit België en Nederland. Dit project wordt gefinancierd door het FWO (2018-2021).

Onderzoeker: Ayse Güdük
Promotor: Prof. Ellen Desmet

 

Exiled and separated

Verbannen en gescheiden: een multi-sited etnografie van vluchtelingenfamilies die proberen te herenigen

De meeste Europese staten geven vluchtelingen toegang tot een vlottere procedure om zich te herenigen met hun familieleden. Veel studies benadrukken echter hoe vaak problemen met timing, documenten en economische middelen gezinsherenigingen uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk maken. Terwijl er veel is geschreven over de obstakels voor migranten om van hun recht op gezinsleven te genieten, is er weinig bekend over de specifieke situatie van vluchtelingen. Het multi-sited ontwerp van dit project is gericht op het reconstrueren van de complexiteit van machtsverhoudingen, sociale verwachtingen en structurele belemmeringen die de mogelijkheid van vluchtelingen beïnvloeden om bij hun gezin te zijn. Ten eerste, door vluchtelingen in Europa (België en Italië) en hun gezinnen die in transitlanden wonen, te bestuderen, wil dit project licht werpen op de transnationale verbindingen en de stroom van verwachtingen die het dagelijks leven van gescheiden gezinnen vormen. Ten tweede biedt dit project door onderzoek te doen in diplomatieke en migratiebureaus op verschillende locaties, inzicht in de complexe interacties tussen bureaucratische praktijken en de geografische en sociale strategieën die vluchtelingengezinnen gebruiken om aan de noodzakelijke vereisten te voldoen - of deze te omzeilen. Het onderzoek is gericht op een beter begrip van de politieke en sociale tegenstellingen van nationale grenscontroles, het asielregime van het Europese migratiebeleid en hun implicaties voor het leven van vluchtelingen. Het project wordt gefinancierd door FWO (2020-2023).

Onderzoeker: Dr. Milena Belloni
Promotoren: Prof. Gert Verschraegen and Prof. Ellen Desmet


Economische vluchtelingen: een analyse van vervolging en ontheemding in tijden van globalisering

UNHCR Photo Unit's Flickr Page, Creative Commons License

Het Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen biedt geen bescherming aan een nieuwe groep vluchtelingen die een direct gevolg is van de globalisering. De vervolgingsindex is laag en bestempelt "economische vluchtelingen" als geen bescherming verdienend. De meeste vluchtelingen komen echter uit landen waar economisch falen, politieke instabiliteit, armoede en vervolging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom wordt met dit onderzoek nagegaan of economische liberalisering een ernstige vorm van economische vervolging is geworden waarmee het internationaal recht rekening moet houden bij het behandelen van asielaanvragen. Kunnen met name de huidige programma's voor economische liberalisering, opgelegd door het geïndustrialiseerde Westen aan Afrikaanse landen, vervolging uitmaken in de zin van het Vluchtelingenverdrag van 1951? Deze vraag situeert zich in de context van een toenemend aantal mensen dat zich binnen en buiten Afrika verplaatst als gevolg van systemische economische achterstelling. De conclusies zullen bevindingen en aanbevelingen bevatten voor een protocol betreffende het vaststellen van geloofwaardige angst voor economische vluchtelingen.

Onderzoeker: Shepherd Mutsvara
Promotoren: Prof. Joanna Bar (Pedagogical University of Krakow) en Prof. Ellen Desmet

 

Kinderrechten in asielprocedures in beroep: een juridische etnografie

© Vincent Van Gogh – Country Road in Provence by NightMay 1890, oil on canvas, 92 x 73 cmDe relatie tussen de rechten van het kind en de beroepsprocedure in het asielrecht wordt gekenmerkt door spanningen en uitdagingen. Zowel niet-begeleide minderjarigen als kinderen en jongeren die samen met hun familie asiel aanvragen, vormen doorgaans een bijzonder kwetsbare groep voor wie de mensenrechten onder druk staan. Vaak zijn beleidsmakers en juridische professionals terughoudend om zich te verbinden aan kinderrechten. Tegelijkertijd ondervinden kinderen en jongeren in asielprocedures weinig mogelijkheden om oprecht betrokken te zijn bij beslissingen die hen aanbelangen en invloed uit te oefenen op hun leven.

Dit project hanteert een interdisciplinaire, gecontextualiseerde en multi-actorale aanpak om te analyseren hoe de belangrijkste belanghebbenden bij de berechting van Belgische asielzaken in beroep, de rechten van het kind percipiëren, mobiliseren en in de praktijk brengen. Onderzoeksmethoden uit het recht (rechtspraakanalyse) en de antropologie (etnografie) zullen worden gecombineerd om de rol en het perspectief van kinderen en jongeren, hun ouders of voogden, advocaten, vertegenwoordigers van de asielinstantie in eerste aanleg en rechters van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) te bestuderen.

De vragen die richtinggevend zijn voor dit onderzoek zijn (1) hoe ervaren en begrijpen individuen de rechten van kinderen en jongeren; (2) in hoeverre definiëren zij relevante problemen in termen van kinderrechten; en (3) welke normen en praktijken geven vorm aan de interne rechtscultuur waarbinnen de RvV opereert? Het project draagt bij aan het veld van 'kritische kinderrechtenstudies', waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan hoe kinderrechten door kinderen zelf en door interactie van kinderen met andere groepen worden vormgegeven. Dit project wordt gefinancierd door het FWO (2020-2024).

Onderzoeker: Sara Lembrechts
Promotor: Prof. Ellen Desmet 


Alle kleuren van de regenboog? Een gevalstudie van seksuele oriëntatie en genderidentiteit rechten in de Belgische asielprocedure

foto project Liselot CasteleynVluchtelingen worden in populaire discours vooral beschouwd als heteroseksuele, cisgender (en homofobe/transfobe) mannen. Veel mensen ontvluchten hun thuisland echter omwille van hun angst om vervolgd te worden op basis van hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit (SOGI).

Eenmaal aangekomen in Europa, in een land waar SOGI wordt erkend als mensenrecht en als zodanig ook het toepassingsgebied van het vluchtelingenrecht heeft uitgebreid, zijn de uitdagingen voor een SOGI vluchteling nog niet voorbij. Eerst moeten SOGI vluchtelingen als zodanig erkend worden door de staat, op basis van de geloofwaardigheid van hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit en de gegrondheid van hun vrees. De uitdaging hierbij schuilt in de onderhandeling tussen de SOGI vluchtelingen en de staatsactoren binnen/met het wettelijke kader om tot hetzelfde begrip te komen van SOGI rechten, ondanks de verschillende culturele achtergronden en de dominante Westerse denkkaders.

Om meer inzicht te verwerven in deze complexe asielprocedure en de bijhorende discours omtrent seksualiteit, genderidentiteit en migratie (rechten), zal dit onderzoek de SOGI aanvragen in de Belgische asielprocedure analyseren vanuit de queer en post-koloniale studiegebieden. Hierbij zal zowel het perspectief van de SOGI vluchtelingen als van de betrokken staatsactoren in kaart worden gebracht aan de hand van interviews, participatieve observaties en samenwerkingen, en een kritische discoursanalyse.

Onderzoeker: Liselot Casteleyn
Promotor: Prof. Ellen Desmet en Prof. Marlies Casier


REFUFAM – De integratie van vluchtelingengezinnen in België

project image RMvdBHet REFUFAM project doelt wetenschappelijk bewijs te leveren over de impact van zogenaamde ' beleidslacunes' en opkomende ondersteunende structuren op het integratieproces van één bepaalde groep: vluchtelingen en hun gezinsleden. Het interdisciplinaire onderzoek bestaat uit drie pijlers, voortbouwend op verschillende disciplines: een juridisch-politieke pijler die de institutionele configuratie van het Belgische asiel- en integratiebeleid onderzoekt; een psychosociale pijler die het mentale welzijn van familieleden van vluchtelingen analyseert; en een sociaal-ruimtelijke pijler die hun lokale integratietrajecten documenteert. Bij de analyse van dit integratieproces staan vluchtelingenfamilies centraal. De impact van REFUFAM situeert zich op 4 niveaus: overheidsbeleid, praktijk deskundigen, wetenschappelijke debatten en het bredere publiek.

Roos-Marie van den Bogaard richt zich als doctoraatstudent op de eerste pijler; de juridisch-politieke analyse van institutionele configuraties in België. Haar onderzoek bestaat uit drie onderdelen: 1) desk research, 2) diepte-interviews met vluchtelingengezinnen en 3) etnografische analyse van organisaties en instellingen. Haar desk research heeft tot doel de rechten van vluchtelingengezinnen tijdens hun integratietraject op te sommen, dat op zijn beurt wordt gebruikt om belangrijke staatsactoren en beleidslacunes te identificeren. De diepte-interviews met vluchtelingengezinnen zullen peilen naar de sociale structuren en structurele middelen die hen in staat stellen hun rechten in de praktijk te realiseren, en ook hoe juridische procedures hen daartoe in staat stellen of uitsluiten. De etnografische analyse zal bekijken hoe beleid zich vertaalt in instrumenten voor bestuur in de praktijk.

REFUFAM wordt gefinancierd door het onderzoeksprogramma Belspo-BRAIN-be 2.0 (Belgian Research Action through Interdisciplinary Networks).

Voor meer informatie, zie hier.

Onderzoeker: Roos-Marie van den Bogaard

Promotoren: Prof. Ellen Desmet, Prof. Robin Vandevoordt, Dr. Milena Belloni


De implementatie van het beginsel van het hoger belang van het kind in migratiecontext: een multi-method analyse van de beslissingen en praktijken van de Belgische migratieautoriteiten

ISEMIDeze studie maakt deel uit van het interuniversitair onderzoeksproject “ISEMI” dat onderzoek doet naar de implementatie van kinderrechten, en meer bepaald van het beginsel van het hoger belang van het kind, in migratiecontext. In het kader van dit project legt Laura zich met haar doctoraatsstudie toe op de manier waarop dit beginsel wordt toegepast (zowel materieel als procedureel) in enerzijds gezinsherenigingsdossiers (voor wat betreft begeleide minderjarige vreemdelingen) en anderzijds procedures ‘duurzame oplossing’ (voor wat betreft niet-begeleide minderjarige vreemdelingen).

Het onderzoek hanteert een interdisciplinaire, multi-method en multi-actor aanpak. Zo worden klassieke juridische methoden (rechtspraakanalyse en literatuuronderzoek) gecombineerd met (kwalitatieve) sociologische methoden (semi-gestructureerde interviews, observaties en focusgroepen). De onderzochte actoren zijn: de Dienst Vreemdelingenzaken, de Dienst Voogdij advocaten, voogden en rechters van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV).

Het doel is tweeledig. Zo beoogt dit project niet alleen de formele motivering van beslissingen en benaderingen van administratieve en rechterlijke autoriteiten te onderzoeken (rechtspraakanalyse), maar ook de intrinsieke motivering die hieraan ten grondslag ligt (kwalitatieve methoden). Het project wordt gefinancierd door FNRS (2020-2024).

Onderzoeker: Laura Cools

Promotoren en doctoraatsbegeleidingscommissie: Prof. Sylvie Saroléa (UCLouvain), Prof. Laura Merla (UCLouvain), Prof. Géraldine Mathieu (UNamur) en Prof. Ellen Desmet (UGent)


You too? No way! Verkrachtingsmythologie toegepast op geloofwaardigheidsbeoordelingen van verzoeken op grond van seksueel of gendergerelateerd geweld in de Europese verzoekprocedure om internationale bescherming

https://cartoonmovement.com/cartoonist/414?page=0"... [De verzoekster] is nu [28] jaar oud[,] ... heeft een progressieve opvoeding genoten en heeft zich duidelijk uitgesproken tegen [vrouwelijke genitale verminking (VGV)]. ... [zij] kan niet worden beschouwd als een bijzonder kwetsbare jonge vrouw [...] [die een reëel risico loopt opnieuw te worden verminkt indien zij naar Guinee wordt teruggestuurd". Met deze woorden beoordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de vrees voor vervolging van een Guinese verzoekster om internationale bescherming als niet geloofwaardig. De hoofdreden voor het afwijzen van verzoeken om internationale bescherming op grond van seksueel of gendergerelateerd geweld (SGG) is de ongeloofwaardigheid. Deze geloofwaardigheidsbeoordelingen zijn vaak gebaseerd op stereotiepe, oppervlakkige, onjuiste of ongepaste percepties van gender. In strafrechtelijke context worden dergelijke percepties geconceptualiseerd als ‘verkrachtingsmythes’: bevooroordeelde, stereotiepe of onjuiste opvattingen over verkrachting. De hypothese dat dit fenomeen zich over verschillende sociale en institutionele contexten voordoet, doet de vraag rijzen: ‘Welke inzichten kunnen worden getrokken uit de toepassing van het concept verkrachtingsmythologie op de context van geloofwaardigheidsbeoordelingen van SGG-verzoeken in de Europese verzoekprocedure om internationale bescherming? (verdergaand dan alleen 'verkrachting' als type van SGG). Om een antwoord te formuleren, hanteert dit onderzoek een gemengde methode van dataverzameling, gebaseerd op 3 complementaire bronnen: de bestaande literatuur (via een literatuuranalyse), de asielinstanties (via een rechtspraakanalyse en een KAP-enquête) en de verzoekers zelf (via kwalitatieve interviews). Deze triangulatie van input zal niet alleen bijdragen tot een groter inzicht in de verzoekprocedure om internationale bescherming en de uitdagingen daarin voor verzoekers met een SGG-gerelateerd vluchtverhaal. Het zal ook de verdere theoretisering toelaten van de verkrachtingsmythologie en van nieuwe mythen toegepast op nieuwe asielspecifieke vormen van SGG. Dit onderzoek wordt begeleid door Prof. Dr. Ellen Desmet (promotor, Faculteit Rechten) en Prof. Dr. Ines Keygnaert (co-promotor, Faculteit Geneeskunde) en wordt gefinancierd door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO).

Onderzoeker: Lore Roels

PromotorenProf. Ellen Desmet (promotor, Faculteit Rechten) en Prof. Dr. Ines Keygnaert (co-promotor, Faculteit Geneeskunde)

Toegepast onderzoek


© L.S. / FotoliaPALIM: pilootproject voor de invulling van knelpuntberoepen via innovatieve arbeidsmigratiemodellen (2019-2020)

PALIM (Pilot Project Addressing Labour Shortages Through Innovative Labour Migration Models) is een pilootproject uitgevoerd door het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel, met de steun van de Europese Unie en het International Centre for Migration Policy Development (ICMDP). Het project wil een nieuw arbeidsmigratiemodel testen, door de ontwikkeling van de ICT-sector in Marokko te linken aan het gebrek aan goed opgeleide informatici in Vlaanderen. Wanneer personen zowel in hun land van herkomst (Marokko) als in het land van bestemming (België) een gekwalificeerde job kunnen vinden, kan arbeidsmobiliteit beide partijen ten goede komen. Daartoe worden sollicitanten in Marokko opgeleid tot ICT-ers en ondersteund bij het vinden van een job in een van deze twee landen.

In dit kader voerde de Onderzoeksgroep Migratierecht twee verkennende studies uit, die tot doel hebben de integratie van Marokkaanse ICT-ers in België te ondersteunen. Het eerste rapport analyseert het welkomstbeleid van bedrijven en relocatiediensten aangeboden aan arbeidsmigranten bij aankomst in Vlaanderen en Brussel. Het tweede rapport analyseert actoren in Vlaanderen en Brussel die zich bezighouden met de integratie van arbeidsmigranten op professioneel, sociaal en persoonlijk vlak. Daarnaast werd informatie op maat ontwikkeld om zowel werknemers als werkgevers te ondersteunen bij de aanvraag van een gecombineerde vergunning.

Onderzoekers: Geertrui Daem en Evelyne Van der Elst

Freedom to travel

Onderzoek naar de formaliteiten betreffende de inschrijving en het verblijf van Europese werknemers in België (2018-2020)

Dit onderzoek richt zich op de administratieve procedures die het resultaat zijn van de implementatie van de Richtlijn 2014/54/EU in de Belgische wetgeving, een Europese richtlijn die tracht het vrije verkeer van werknemers te vergemakkelijken. Het onderzoek geeft een kritische analyse en beschrijving van de gemeentelijke praktijken in de drie gewesten betreffende de inschrijving en het verblijf van EU-burgers die hun recht op vrij verkeer uitoefenen. Daarnaast wordt een vergelijkende analyse gedaan van registratieformaliteiten in de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Luxembourg, Nederland en Italië. Als laatste zal het onderzoek ook eventuele aanbevelingen geven betreffende de wetgeving en de toepassing hiervan alsook suggesties om gemeentelijke praktijken efficiënter en meer uniform te maken. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de EU Rights Clinic van de Universiteit Kent en Fragomen; het wordt gefinancierd door Myria - het Federaal Migratiecentrum.

Onderzoekers: Roos-Marie van den Bogaard en Prof. Ellen Desmet

 

 

Handboek van de Raad van Europa: Gezinshereniging voor vluchtelingen- en migrantenkinderen - Normen en veelbelovende praktijken (2018-2020)Family Reunification for Refugee and Migrant Children

In mei 2017 heeft het Comité van Ministers het Actieplan van de Raad van Europa inzake de bescherming van vluchtelingen- en migrantenkinderen in Europa goedgekeurd. Het schetst concrete acties die door de Raad van Europa moeten worden ondernomen, gegroepeerd rond drie pijlers. Het helpen van kinderen en gezinnen bij het herstellen van familierelaties is een van de acties onder de tweede pijler gericht op het bieden van effectieve bescherming aan vluchtelingen- en migrantenkinderen.
In het kader van het actieplan heeft de Office of the Special Representative on Migration and Refugees een Handboek gepubliceerd over gezinshereniging voor vluchtelingen- en migrantenkinderen, beschikbaar in het Engels en in het Frans.

Onderzoeker: Prof. Ellen Desmet

 

Vademecum voor voogden van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (2020-2021)

Rechten van Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in BelgiëIn opdracht van de FOD Justitie bereiden Antigone Advocaten, prof. Jinske Verhellen en prof. Ellen Desmet het juridische luik voor van een nieuw Vademecum voor voogden van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Deze opdracht ligt in het verlengde van het boek “Rechten van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in België”.

Onderzoeker: Prof. Ellen Desmet



The Moving Cities Map: onderzoek naar solidaire steden in België voor een Europees netwerkproject (2020-2021)

The Moving Cities MapThe Moving Cities Map is een Europees project dat de politieke rol van steden en gemeenten wil versterken die een humaan en solidair migratie- en integratiebeleid hanteren. Deze lokale initiatieven worden vaak over het hoofd gezien en overschaduwd door het restrictieve beleid van de EU en haar lidstaten. Om het gebrek aan politieke autonomie en middelen van deze steden en gemeenten te verhelpen, wil het project de innovatieve en progressieve lokale initiatieven in de kijker zetten om ze (hopelijk) om te zetten in politieke actie op nationaal en EU-niveau. Deze lokale initiatieven worden voorgesteld via een online platform om solidariteit in andere steden en interlokale strategieën te inspireren. Het project ‘The Moving Cities Map’ is een initiatief van Seebrücke, in samenwerking met de Rosa Luxemburg Stiftung, de Heinrich Böll Stiftung and Tesseræ, gefinancierd door de Robert Bosch Stiftung en het Fonds Zivile Seenotrettung.

Het Belgische onderdeel van het onderzoek voorziet in een overzicht van Belgische steden die actief zijn in een stedennetwerk voor een humaner migratie- en integratiebeleid en/of die zich publiekelijk hebben uitgeroepen tot solidaire stad. Het onderzoek bevat ook een overzicht van Belgische netwerken, campagnes of allianties met betrekking tot migratie en integratie. Het grootste deel van dit onderzoek is gewijd aan het opstellen van stadsprofielen aan de hand van bureauonderzoek en interviews. Deze steden zullen in kaart worden gebracht als best practice voorbeelden in België met betrekking tot hun migratie- en integratiebeleid.

Het rapport kan hier gelezen worden.

Onderzoekers: Eva Vandenhove, Liselot Casteleyn en Prof. Ellen Desmet

Publicaties