Waarom praten over seksueel ongewenst gedrag zo moeilijk is

(10-05-2021) Wie seksueel grensoverschrijdend gedrag meemaakte, ervaart heel wat drempels om daarover te praten.

Velen schamen zich over wat hen overkwam. Janne (een fictieve naam), die zelf grensoverschrijdend gedrag meemaakte, en onderzoekster Lotte De Schrijver kaderen waar dat vandaan komt.

“Je allereerste reactie is meestal heel onbewust.” Janne maakte ooit grensoverschrijdend gedrag mee door een medestudent. “Ik had meteen door dat de situatie niet oké was. Maar ook al bedenk je op voorhand hoe je in zo’n geval zou reageren, toch lukt het niet altijd om dat op het moment zelf ook te doen. Sommigen zeggen er iets over of worden kwaad, anderen zijn net in shock en kunnen helemaal niets zeggen of doen.”

Lotte De Schrijver van het International Centre for Reproductive Health nam diepte-interviews af met meer dan 100 Belgen tussen 16 en 99 jaar die seksueel geweld meemaakten. “Sommigen beseffen pas dat het om seksueel geweld ging bij de vraag of iemand ooit iets tegen hun wil deed, of als ze het verhaal van anderen horen. Het cliché wil dat iemand zich hard verzet tegen een onbekende dader die fysiek veel sterker is. Terwijl seksueel geweld vaak een langzaam proces is waar telkens meer grenzen worden overschreden, evengoed door een partner of bekende.”

Schrik voor de reacties

Eén van de meest voorkomende redenen om niet over seksueel geweld te praten is schaamte, zo bleek uit Lottes onderzoek. Die schaamte komt vaak door eerdere reacties waarin het eigen verhaal of dat van anderen niet geloofd of serieus genomen werd. Ook Janne vreesde daarvoor: “Je vraagt je af hoe anderen zullen reageren. Gaan ze mij geloven of net als rotte appel zien en negeren? Wiens kant gaan ze kiezen? Dat eerste gesprek vind ik cruciaal. Als iemand dan niet goed luistert of het gevoel geeft dat jij iets verkeerd deed, kan je dichtklappen en verder niets meer ondernemen. Ik praat nochtans makkelijk over moeilijke ervaringen, dus voor introverten moet dat nog veel lastiger zijn.”

Janne nam haar zus en vriendinnen in vertrouwen. “Ik koos bewust mensen waar ik me goed bij voel en waarvan ik wist dat ze me zouden ondersteunen. Het helpt als je weet dat iemand al hetzelfde meemaakte. Na lang aarzelen begon ik erover tegen een vriendin uit de groep, omdat ik niet wou dat er nog slachtoffers vielen. “Jij ook al?”, reageerde ze meteen. Er bleken nog slachtoffers te zijn. Je wenst het niemand toe, maar ergens luchtte het op. Ik voelde me begrepen en niet meer alleen.” Al kunnen reacties ook tegenvallen. Janne: “Sommige vrienden geven die medestudent nog steeds het voordeel van de twijfel en willen eerst en vooral hém helpen. Of durven er niets op zeggen uit schrik om vrienden kwijt te raken.”

De schuld van wie het overkomt

De omgeving weet niet altijd wat ze moet zeggen of doet onbewust aan victim blaming: de reactie die de schuld bij het slachtoffer legt, bijvoorbeeld dat je het uitlokte of had kunnen voorkomen. Janne: “Ik voelde zelf geen schaamte over wat er gebeurd was, maar het werd mij door sommigen wel aangepraat. Als je dan niet stevig in je schoenen staat, begin je te twijfelen aan jezelf. Terwijl je niets verkeerd deed en je je nergens over hoeft te schamen, wat je ook deed, zei of droeg. Het feit dat je een slachtoffer bent, zegt niets over jou, enkel over de dader. Iederéén kan het meemaken.”

Dat aanpraten van schaamte komt volgens Janne vanuit een zwart-witdenken. “Zelfs als meerdere mensen met hetzelfde verhaal naar buiten komen, hebben sommigen het nog moeilijk om de waarheid aan te nemen. Een vriend of bekend figuur die sympathiek leek, wordt plots een monster waar iets mis mee is, waardoor ze hun beeld helemaal moeten bijsturen. Ik denk dat het zinvoller is om in een grijze zone te denken: ook mensen met wie je een goede band hebt, kunnen iets fout doen. Dat moet je onder ogen zien.”

Praten met professionelen

De drempel om je verhaal te doen lijkt nog groter bij formele instanties. “Toch is het soms makkelijker om je verhaal te doen aan iemand die er professioneel mee bezig is dan aan bekenden,” vindt Janne. “Zij weten meteen hoe ze moeten reageren om je te ondersteunen. Het voelde goed om erover te praten met mijn therapeut, met Trustpunt en de politie. Die luisterden lang naar me, ik kreeg echt de indruk dat ze hun uiterste best deden om me te helpen.” Lotte: “Iedereen zou over seksueel geweld moeten kunnen praten in een veilige omgeving wanneer ze daar nood aan hebben.”

Sara Drieghe creëert als vertrouwenspersoon en coördinator bij Trustpunt een omgeving waarin studenten zich veilig voelen om hun verhaal te doen: “Eerst en vooral stellen we mensen op hun gemak door een zorgzame, open en empathische houding. Fysieke gesprekken gebeuren in een rustige, discrete en comfortabele ruimte. We volgen het tempo als ze praten en laten ruimte voor stiltes. We proberen goed aan te voelen waar ze wel of niet op willen ingaan en vermijden waarom-vragen, zodat ze zich nergens voor hoeven verantwoorden. En vooral: we laten ons niet meeslepen door emoties, stellen niet in vraag wat gezegd wordt en oordelen niet. Zo creëren we een context waarin mensen zich gehoord en gerespecteerd voelen.”

Heb je er zelf nood aan om in een veilige omgeving over seksueel grensoverschrijdend gedrag te praten? Bel Trustpunt op 09 264 82 82 (in de voormiddag) of mail naar trustpunt@ugent.be.