Rectorale slotrede Dies Natalis 2022

(19-03-2022) Rector Rik Van de Walle sloot Dies Natalis 2022 af met enkele duidelijke boodschappen voor de UGent, de UGent-gemeenschap, en de bredere gemeenschap.

Integrale rede

Geachte genodigden
Beste collega's, beste studenten
Goede vrienden van de Universiteit Gent

Dies Natalis. Na een af-gelaste (in 2020) en een af-geslankte editie (in 2021) hadden we dit jaar een editie voor ogen zoals we dat gewoon zijn: een editie waarbij iedereen die dat wou erbij kón en mócht zijn.

Frans Timmermans

Frans Timmermans wilde óók graag bij ons zijn. Maar dat kon helaas niet. We zullen hem bij een latere gelegenheid alsnog officieel tot eredoctor van de UGent uitroepen. Dat spreekt voor zich.

De nieuwe eredoctores

Beste Ann, Barney, David, Diane, Kari, Hilde en Paul

Jullie konden er vandaag wél bij zijn.

We zijn blij en dankbaar omdat jullie het eredoctoraat van onze universiteit hebben aanvaard. We zijn ook trots omdat we jullie voortaan tot onze universitaire gemeenschap mogen rekenen.

Welkom aan de UGent.
Niet alleen vandaag, maar ad vitam aeternam, zoals dat heet.

Straks heffen we het glas op onze nieuwe eredoctores. Maar eerst wil ik nog een paar gedachten met u delen.

Er zijn persoonlijke gedachten bij. Hoewel ze nogal uitgesproken zijn en wellicht niet iedereen zullen bevallen, zal ik ze toch uitspreken. Ik probeer ze zo goed mogelijk te verwoorden. Wat, toegegeven, bij het schrijven van deze tekst niet gemakkelijk bleek te zijn.

Verleggen van grenzen vs. overschrijden van grenzen

Op Dies Natalis vieren we bij uitstek de wetenschap. De toekenning van een eredoctoraat is in essentie de erkenning van uitzonderlijke wetenschappelijke of maatschappelijke verdiensten. We eren er mensen mee die op een uitzonderlijke manier de grenzen van ons kennen en kunnen hebben verlegd.

Dat is wat we vandaag hebben gedaan: mensen eren die grenzen hebben verlegd.
Niet: grenzen hebben overschreden.

Grenzen overschrijden: het gebeurt helaas.
Ook in de academische wereld.
Ook bij ons aan de UGent.

Laten we dat dus ondubbelzinnig erkennen: ja, ook in onze mand zitten rotte appels.
Laten we erkennen dat het niet genoeg is geweest, de mate waarin we grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik probeerden te voorkomen.
Laten we erkennen dat we niet altijd adequaat zijn opgetreden wanneer dergelijk gedrag zich stelde.
Laat mij, hier en nu, erkennen dat we op die vlakken soms gefaald hebben.
Laat mij, hier en nu, verontschuldigingen aanbieden aan allen die we op die manier tekort hebben gedaan. Ondubbelzinnig.
Ik doe dat ook, en zelfs in het bijzonder, in mijn persoonlijke naam.
Ook ik wist dat het niet genoeg was. Al lang.
Ook ik heb niet genoeg gedaan.

Zeker, we hebben maatregelen genomen. Ik wil die niet minimaliseren en vind dat ze niet geminimaliseerd mógen worden. Maar alles welbeschouwd hebben we de voorbije jaren slechts maatregelen genomen binnen bestaande kaders. Kaders die we nauwelijks of niet in vraag stelden. Dat ligt niet aan de rotte appels. Het ligt aan ons, en zeer zeker ook aan mij.

Op Dies Natalis dragen we als professoren de toga. Die toga symboliseert waar we voor staan. Hij toont wie we zijn, wat we doen, wat we bereiken. We zijn er trots op. En terecht.

Maar van trots naar hybris is maar een kleine stap.

We zijn, als universiteit en als professoren in het bijzonder, soms geneigd te denken dat wij het beter weten. Dat we verheven zijn boven beslommeringen en miserie uit wat we 'de buitenwereld' noemen. We zijn geneigd te denken dat, als er in ons midden problemen opduiken, niemand die beter kan oplossen dan wijzelf.

Als ons idyllische beeld over verheven academici níet blijkt te kloppen, krijgt onze zelfzekerheid een knauw en lopen de reacties uiteen. We hopen dat fluwelen handschoenen zullen volstaan. We kijken weg, zijn beschaamd. Worden verlamd door misplaatste collegialiteit. Menen dat 'het' bij een onveranderlijke academische cultuur hoort. Dat de goede faam van het korps en de renommee van de universiteit en ...

Beste collega's
Laat. Ons. Daarmee. Stoppen.
Laat ons stoppen met die schijn te willen ophouden.

We zijn ooit academici geworden omdat we wilden leren en weten. Omdat we nieuwe kennis wilden creëren. Omdat we, elk in onze discipline, Wahrheit van Dichtung, schijn van werkelijkheid wilden onderscheiden.

Ik ben ervan overtuigd dat dít nog altijd is wat de meesten van ons drijft, dat dít is wat jonge mensen inspireert om ook onderzoeker te worden.

Laat ons dat steeds voor ogen blijven houden.
Laat de toga niet tot een loden mantel worden, waaronder we ons gedwongen voelen een schijn op te houden, waarvan we denken dat die bij de academie hoort.
Laat ons erkennen dat we het zelf niet per se beter weten.

En dus, toegepast op de problematiek van grensoverschrijdend gedrag:

Laat ons erkennen en aanvaarden dat niet iedereen vertrouwen heeft in interne meldpunten. Terecht of onterecht, het maakt niet uit. Als een extern meldpunt buiten de universiteit ons kan helpen om de drempel te verlagen om meldingen of klachten in te dienen, dan moeten we dat liever vandaag nog dan morgen oprichten.

Laat ons erkennen en aanvaarden dat niet iedereen vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van onze tuchtorganen. Terecht of onterecht, het maakt niet uit. Als er twijfels zijn over een mogelijk 'ons kent ons', dan moeten we die twijfels wegnemen. Wat mij betreft moeten de leden van tuchtraden en -commissies externen zijn, die tuchtfeiten ten gronde kunnen onderzoeken en indien nodig tuchtsancties kunnen uitspreken.

Tuchtraden en -commissies die werken met kennis van zaken en oordelen op grond van feiten - a charge én à decharge. Sine ira et studio. Zonder vooroordelen of op voorhand vaststaande conclusies.

Er moet een duidelijk onderscheid komen tussen tuchtprocedures en de rol van vertrouwenspersonen, vertrouwenscontacten en ombudspersonen. Met een aanpak die kordaat, adequaat en proportioneel is. Herstelgericht wanneer het kan. Sanctionerend wanneer het moet. Met respect voor alle rechten van alle betrokkenen.

Als we ferm stellen dat we grensoverschrijdend gedrag aan de UGent niet tolereren, dan moeten we dergelijk gedrag even ferm durven te bestrijden. Niet met volkstribunalen en lynchpartijen, ook dat weze zeer nadrukkelijk gezegd. Wel met ernst en engagement. Wars van schone schijn en niet te beroerd voor onwelgevallige waarheden. Met respect voor de mensen, en met respect voor de feiten.

Op een manier die we als universiteit aan onszelf en aan de samenleving verplicht zijn.

Laat mij klaar en duidelijk een engagement uitspreken:
de vicerector en ik zullen ons daar persoonlijk voor inzetten.
Laat mij ook klaar en duidelijk een vraag stellen: help ons daarbij alstublieft. 

Kerntakendebat en meerjarenbegroting UGent

Geachte genodigden, beste UGent'ers

Ik zei daarnet dat we op Dies Natalis bij uitstek de wetenschap vieren.
Zoals we bij de plechtige opening van het academiejaar het onderwijs vieren.

Die twee hoogdagen op de universitaire kalender draaien niet toevallig rond onderwijs en onderzoek. Het zijn de kerntaken van een universiteit.

Die kerntaken staan evenwel onder druk.
De financiering van de universiteit is niet langer afgestemd op al onze activiteiten, noden en ambities. Als we onze begroting structureel in evenwicht willen houden, moeten we keuzes maken. Doordachte keuzes met onze kerntaken als uitgangspunt.

Die boodschap en de bijbehorende voorstellen uit de zogenaamde 'kerntakennota' die door onze Raad van Bestuur is goedgekeurd, hebben de voorbije weken voor onrust gezorgd. Medewerkers vragen zich af hoe hun entiteit en hun opdrachten zich tot die kerntaken verhouden. Wat de impact van die voorstellen zal zijn op hun job, op hun taakinvulling, op de werkdruk. Op hun toekomst aan de UGent.

Ik begrijp die vragen en bekommernissen. Ze verdienen onze aandacht en een faire behandeling. Dat kan alleen door open, transparant en eerlijk te zijn over de budgettaire uitdagingen waar de universiteit voor staat - die ontkennen zou een zware hypotheek leggen op toekomstige generaties studenten en medewerkers. Het kan alleen door steeds opnieuw te benadrukken dat we bewust onze kerntaken voorop willen stellen, en waarom dat zo hoort. En door daar uitvoering aan te geven met beredeneerde en goed uitgewerkte voorstellen.

Bij de voorstelling van de kerntakennota en de goedkeuring ervan door de Raad van Bestuur heb ik duidelijk gesteld dat alle deelaspecten van de nota het reguliere advies- en besluitvormingsproces zouden doorlopen, met inbegrip van sociaal overleg.

In het Personeelsonderhandelingscomité, waar dat sociaal overleg plaatsvindt, heb ik dat vorige week nog eens expliciet bevestigd en uiteengezet hoe ik het verdere verloop van de operationalisering van de kerntakennota zie.

Met de vakorganisaties hebben we rond deze aanpak overeenstemming gevonden. Dat de vakorganisaties vervolgens aangekondigd hebben hun stakingsaanzegging in te trekken en hun acties op te schorten, getuigt van een constructieve ingesteldheid en de wil om met zijn allen samen deze oefening tot een goed einde te brengen.

Dat doet mij plezier.

Als rector zie ik onze rode, groene en blauwe collega's liever in de stoet meelopen dan er met hun rug naartoe gekeerd staan.
Ik zie jullie liever hier samen met ons allen in de Aula, dan op een tegenmanifestatie.
Onze universiteit heeft vereende krachten nodig.

Academische vrijheid in tijden van oorlog

Geachte genodigden, beste UGent'ers

Nadat we in maart 2020 het roer drastisch moesten omgooien, is het verleidelijk om op een dag als vandaag, bijna exact twee jaar later, de terugkeer naar enige normaliteit binnen de maatschappij te vieren. Het Rijk der Vrijheid, weet je wel.

Maar kan je met enig fatsoen over 'normaliteit' spreken, als op een paar uur vliegen van hier woonwijken gebombardeerd worden, mensen op de vlucht slaan, hun dierbaren zien omkomen?

In Oekraïne woedt een gruwelijke oorlog. Een oorlog die ook hier heel wat zekerheden op de helling zet en waarden op de proef stelt.

Inspelend op de lezing die David Julius daarnet heeft gehouden, wil ik een van die waarden in het bijzonder uitlichten: de intrinsieke waarde van 'de academie', van ongebonden kenniscreatie en -verspreiding, van de vrijheid om te onderzoeken wat men wil, hoe men dat wil, en met wie men dat wil. Binnen de perken van wat wettelijk en reglementair is, maar ongeacht geografische, politieke of culturele grenzen.

Die academische vrijheid laat ons toe om te zoeken en te vinden, om grenzen te verkennen en te verleggen.
Die academische vrijheid biedt het fundament voor het bestaan en de successen van de universiteit.

Net die academische vrijheid wordt nu mee in de strijd geworpen.
Op de meest grove manier, wanneer universitaire infrastructuur in Oekraïne wel of niet 'per ongeluk' wordt platgelegd.
Op nauwelijks verholen manieren, als het Poetin-regime of adepten daarvan ook universiteiten aan een soort van Gleichschaltung proberen te onderwerpen.
Op misschien goed bedoelde, maar daarom niet minder ongelukkige wijze, wanneer van de weeromstuit hier in Het Vrije Westen restricties op academische samenwerking van hogerhand opgelegd of uit eigen rangen worden afgekondigd.

Verwijzend naar de principes van de Magna Charta Universitatum - en we doen dat allicht veel te weinig, verwijzen naar dit sleuteldocument dat we in 1988 met ruim 300 andere universiteiten getekend hebben en dat inmiddels door bijna duizend universiteiten in meer dan 90 landen uit alle continenten onderschreven wordt - verwijzend naar die principes dus, staat het voor mij buiten kijf dat de vrijheid van wetenschappers om hun academische partners te kiezen en internationale samenwerking op te zetten, in beginsel absoluut moet zijn, en dat die vrijheid dus op geen enkele wijze kan worden beperkt.

Vandaar ook dat ik aanvankelijk geen reden zag om naar aanleiding van de invasie in Oekraïne de samenwerking met Russische universiteiten en collega's stop te zetten of op te schorten.

Dat laatste is veranderd na de publicatie van een open brief van de Russische Rectorenconferentie, waarin die zich op stuitende wijze achter de 'speciale militaire operatie' schaarde. Op dat ogenblik hebben wij beslist alle activiteiten binnen bestaande institutionele samenwerkingen op te schorten en elke nieuwe institutionele samenwerking tegen te houden. Althans met Russische universiteiten die deze brief onderschrijven, sancties uitvaardigen tegen medewerkers of studenten die zich kritisch uitlaten tegenover het regime, of de academische vrijheid van hun staf actief aan banden leggen.

Ik zie evenwel geen reden om de samenwerking op te schorten met instellingen die zich daar níet schuldig aan maken en de vrijheid van hun medewerkers en studenten net blijven koesteren. Integendeel: die universiteiten verdienen onze steun, in deze tijden meer dan ooit.

Dat geldt a fortiori voor persoonlijke contacten met individuele academici en studenten, en voor individuele studenten die zich aan de UGent willen inschrijven. Net nu is het belangrijk om een hart onder de riem te steken van die collega's en studenten die de moed hebben om weerwerk te bieden en onze gedeelde waarden blijven onderschrijven. Wie ook hen in de steek laat om toch maar een groot gebaar te kunnen maken, om een perscommuniqué te kunnen uitsturen of om wat plaats in een krant of tijd in een journaal te krijgen, speelt de vijanden van academische vrijheid in de kaart.

Critici zullen mijn standpunt misschien wegzetten als naïef. Als theoretische beschouwingen vanuit het zonnige Gent met 'groetjes' erbij, terwijl het in Marioepol en elders bommen regent. "Hoe wereldvreemd kan je eigenlijk zijn," zullen sommigen zeggen. Welnu, ik meen dat ik hiermee geen wereldvreemdheid etaleer.

Wie zijn of haar geschiedenis een beetje kent, weet dat tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit onder andere de Verenigde Staten intensief contact werd gehouden met wetenschappers in nazi-Duitsland; veel academici, auteurs, kunstenaars, ... vonden in de VS een veilig onderkomen. Zoals er ten andere ook in het heetst van de Koude Oorlog, dwars door het IJzeren Gordijn heen, contacten over en weer waren.

Ik zie niet in waarom het in de huidige zorgwekkende tijden anders zou moeten lopen. We mogen onze ogen niet sluiten voor wat onaanvaardbaar is. Tegelijk mogen we academici de kans niet ontnemen om een bijdrage te leveren, hoe klein of futiel ook, tot vrede, herstel en wederopbouw.

Daarom vind ik dat academici over de hele wereld, en dus ook bij ons, zo veel mogelijk lijnen met hun Russische collega's open moeten kunnen houden.

Ik sluit er deze bijzondere Dies Natalis mee af:
academische vrijheid, geachte genodigden, doet ertoe.

Ik ben ooit academicus geworden omdat ik geloofde dat ze er was.
Ik ben rector geworden om ze te helpen vrijwaren.

Nooit zal ik de deuren van onze universiteit voor mensen gesloten houden,
louter omwille van hun nationaliteit.
Gisteren niet. Vandaag niet. En morgen evenmin.
Niet met mij. Niet met ons.

Ik dank u voor uw aandacht en voor uw aanwezigheid.
Voor het warme onthaal dat onze nieuwe eredoctores te beurt is gevallen.

In het peristilium wordt de receptie al klaargezet.

Maar eerst sluiten we hier af met de hymnes:
de Vlaamse, de Belgische én de Europese.

Ik hoop dat de echo's van die laatste, de Europese hymne, extra ver mogen dragen.

Dank u wel voor uw welwillende aandacht.