Bericht aan alle UGent'ers na de Pano-reportage van 16 maart 2022

(17-03-2022) Op woensdag 16 maart 2022 zond de VRT een Pano-reportage uit over machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag aan Vlaamse universiteiten. Wat in die reportage werd getoond, komt bij heel wat mensen hard aan.

De problematiek van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag situeert zich niet alleen binnen universiteiten. Tegelijkertijd pleegt de overgrote meerderheid van de UGent'ers geen machtsmisbruik en stelt de overgrote meerderheid van de UGent'ers geen grensoverschrijdend gedrag.

Toch meen ik dat het nodig is vandaag ook dit ondubbelzinnig te zeggen: er is machtsmisbruik aan de UGent en er zijn UGent'ers die zich grensoverschrijdend gedragen.

En er is meer. Dergelijke wantoestanden doen zich al vele jaren voor en moeten stoppen. Punt.

Hoe? Om te beginnen door klare taal te spreken. Door ondubbelzinnig te erkennen dat er wantoestanden zijn, wat ik bij deze dus doe. En door vervolgens te beslissen wat moet worden beslist. Hierna geef ik daartoe concrete aanzetten.

Er dient een extern en onafhankelijk meldpunt te komen voor personeel en studenten. Niet ter vervanging van meldpunten binnen de UGent maar wel ter aanvulling daarvan. De toegang tot dit meldpunt dient laagdrempelig te zijn.

Zeg ik hiermee dat onze interne meldpunten niet goed functioneren? Helemaal niet. Maar personeel en studenten van de UGent moeten terechtkunnen bij een extern meldpunt wanneer ze dat verkiezen boven een intern meldpunt.

De UGent heeft een uitstekend netwerk van vertrouwenspersonen en vertrouwenscontacten uitgebouwd. Bij vertrouwelijke gesprekken dient de vertrouwelijkheid te allen tijde gegarandeerd te blijven. Van vertrouwenspersonen kan dus niet worden verwacht dat ze informatie die relevant kan zijn in het kader van een tuchtprocedure op eigen initiatief aan de rector, de betrokken tuchtraad of de betrokken tuchtcommissie bezorgen. Meer nog, hun beroepsgeheim verbiedt hun dat te doen, en terecht. Dat moet duidelijk zijn voor iedereen en iedereen dient dat ook te aanvaarden.

Niet zelden ontstaat hierdoor een moeilijk spanningsveld tussen vertrouwelijkheid, anonimiteit, privacy, mogelijke vervolgstappen (risicoanalyse, herstelgerichte aanpak, starten van een tuchtprocedure, ...). Het is bijgevolg nodig om de rol van vertrouwenspersonen en vertrouwenscontacten enerzijds en stappen die kunnen worden gezet in tuchtprocedures anderzijds, scherper van elkaar te onderscheiden.

De toegang tot vertrouwenspersonen en vertrouwenscontacten dient laagdrempelig te zijn. Ook het starten van een tuchtprocedure dient laagdrempelig te zijn. Dit alles zowel voor personeelsleden als voor studenten.

Tuchtfeiten worden ten gronde behandeld in tuchtraden (personeel) en commissies (studenten). De leden daarvan dienen externen te zijn. Zij dienen bovendien over de nodige expertise te beschikken om tuchtklachten adequaat te kúnnen onderzoeken en er uitspraken over te doen.

Voor alle betrokken partijen moet het duidelijk zijn dat een onderzoek ten gronde door een tuchtraad of een tuchtcommissie zowel à charge als à décharge dient te verlopen, waarbij alle rechten van de betrokken personeelsleden of studenten dienen te worden gerespecteerd.

Voor ontvreemding of verduistering van financiële of andere middelen is aan de UGent geen plaats. Wanneer die zich voordoen, moeten sancties volgen. Publicatieaantallen, verworven budgetten, wetenschappelijke of andere renommee, titels of graden: ze kunnen nooit een reden zijn om dergelijk wangedrag te gedogen.

Aan een universiteit zoals de onze zijn het niet de rector, het rectorale team of een andere kleine groep van mensen die op hun eentje over beleidslijnen zoals de bovenstaande kunnen beslissen. Ik roep daarom de bevoegde advies- en besluitvormingsorganen van de UGent op om deze beleidslijnen te realiseren en daar de hoogst mogelijke prioriteit aan te geven.

Op mijn beurt spreek ik het engagement uit dat de vicerector en ik ons daar ook persoonlijk voor zullen inzetten.

Rik Van de Walle
Rector