Neurochirurgie

De onderzoeksgroep 'Heelkunde' richt zich binnen deze onderzoekslijn op volgende domeinen:

  • onderzoek naar de pathofysiologie, diagnose en behandeling van verschillende liquorcirculatiestoornissen
  • onderzoek naar de rol en invloed van de subventriculaire zone op glioblastoma
  • onderzoek naar epilepsie, Parkinson en wervelmetastasen 

Heeft u nood aan een diagnose of behandeling van een specialist? Surf naar de website van UZ Gent voor meer informatie.

Onderzoeksprojecten onder leiding van Dr. Jelle Vandersteene

Wat zijn liquorcirculatiestoornissen?

Dagelijks wordt er ongeveer 500ml hersenvocht (liquor) geproduceerd in de hersenkamers. Dit vocht stroomt via kanaaltjes naar de ruimte rond de hersenen en het ruggenmerg (subarachnoidale ruimte). Stoornissen in de balans tussen aanmaak en opname van liquor worden liquorcirculatiestoornissen genoemd. Dit kan resulteren in een opstapeling van hersenvocht (waterhoofd of hydrocephalie), een tekort aan hersenvocht (intracraniële hypotensie) of een sequestratie van liquor in cystes.

Behandeling van hydrocephalie met de ventriculo-sinus shunt

De ventriculo-sinus shunt is een experimentele behandeling voor hydrocephalie waarbij het hersenvocht afgevoerd wordt naar de natuurlijke resorptieplaats, de sinus sagittalis superior (een groot bloedvat net onder de schedel). Deze techniek werd al beproefd in verschillende klinische series met tegenstrijdige resultaten. Vooral vroegtijdige verstopping door een bloedklonter ter hoogte van de tip van de shunt in het bloedvat blijft een probleem. Op basis van in vitro en in vivo onderzoek heeft onze dienst een nieuw prototype van de shunt ontwikkeld (en gepatenteerd) met als doel te kans op klontervorming te minimaliseren. Deze nieuwe shunt wordt momenteel preklinisch geëvalueerd.

Prospectieve klinische en radiologische evaluatie van patiënten met een vermoedde normale druk hydrocephalie voor en na het aanleggen van een ventriculoperitoneale shunt

Normale druk hydrocephalie is een behandelbare vorm van dementie. De behandeling is relatief simpel: het verwezenlijken een ventriculoperitoneale shunt. Veel moeilijker is de diagnose van de aandoening. Momenteel bestaan er verschillende diagnostische testen, maar het belang van deze testen blijft een punt van discussie. Onze studie voorziet in een uitgebreide evaluatie van de klinische, biochemische en iconografische karakteristieken van NPH patiënten waarbij de aard en de timing van de verschillende diagnostische testen gestandaardiseerd verlopen. Er wordt gebruik gemaakt van sensoren en computertechnieken om het resultaat van de verschillende testen meer accuraat en reproduceerbaar te maken. Door de resultaten van deze analyse te linken aan het effect van het een ventriculoperitoneale drainage kan men de meest voorspellende testen selecteren wat hopelijk zal dit bijdragen aan een meer performant diagnostisch proces.

Diagnose en behandeling van een spontaan ontstaan liquor hypotensie syndroom

Er bevindt zich hersenvocht in en rond de hersenen en het ruggenmerg. De hersenvliezen vormen een waterdichte zak die voorkomt dat het hersenvocht lekt. Wanneer er een opening in deze zak ontstaat lekt er hersenvocht en kan er intracraniële onderdruk ontstaan. Patiënten klagen typisch van een hoofdpijn die ontstaat wanneer zij rechtop zitten of staan en volledige verdwijnt in liggende houding.

De diagnose, het opsporen en de behandeling van een dergelijk lek in de hersenvliezen is vaak complex. Voor dit onderzoek werd een protocol op gesteld waarbij conventionele en experimentele technieken op een logische en gestandaardiseerde wijze worden geïntegreerd.

Zwaartekracht versus weerstandgestuurde shunts in de behandeling van hydrocephalie

Hydrocephalie wordt behandeld door de hersenventrikels te verbinden met de buikholte met een ventriculo-peritoneale shunt. In staande houding ontstaat door de invloed van de zwaartekracht op de waterkolom in het shuntsysteem, een siphon-effect.

Het siphon-effect resulteert in een overvloedige drainage van hersenvocht en intracraniële hypotensie. Om dit tegen te gaan worden allerlei ingewikkelde klepsystemen gebruikt die voornamelijk doormiddel van een openingsdruk het siphon-effect tegen gaan (druk-gestuurd). Deze systemen zijn duur, kwetsbaar aan verstopping en bieden zeker niet voor alle patiënten een goede oplossing.

Recent werden enkele reeksen gepubliceerd waarbij een kleploos systeem werd geïmplanteerd. De binnendiameter van deze shunts werd bewust klein gekozen zodat de weerstand in het systeem de fysiologische weerstand tegen afvoer van hersenvocht benaderd (weerstand gestuurd systeem). Deze oplossing is goedkoop, vermoedelijk weerstandig aan verstopping en mogelijks evenwaardig aan de klassieke druk-gestuurde systemen.

Het doel van deze studie is aan de hand van een in vitro en in vivo metingen de karakteristieken van een klassiek druk-gestuurde shunt te vergelijken met een weerstand-gestuurde shunt. 

Het meten van de intracraniële druk bij virtueel geworden ventrikels

Bij patiënten die een risico hebben op intracraniële hypertensie (bijvoorbeeld na een intracraniële bloedingen of een neurotrauma) en klinisch niet gevolgd kunnen worden (coma, nood aan langdurige sedatie) wordt bij voorkeur de intracraniële druk gemeten. De ‘gouden standaard’ is het meten van de intracraniële druk via een ventriculo-externe drainage. Hierbij wordt een katheter met het proximale uiteinde in het ventrikelsysteem geplaatst (typisch in de rechter frontale hoorn) en wordt het distale uiteinde via de huid geëxternaliseerd. 

Via een ‘hydrostatische kolom’ kan de intracraniële druk aan het distale uiteinde van de katheter (dus extern)gemeten worden. Een toegevoegd intracranieel volume (bijvoorbeeld bloed of oedeem) zal, in overeenstemming met de wet van Monroi-Kelly, progressief meer hersenvocht uit de schedel ‘persen’. Uiteindelijk blijft er nagenoeg geen hersenvocht meer over in de hersenventrikels en worden deze virtueel. In deze situatie ligt de ventrikelwand tegen de ventrikeldrain aangedrukt, ontbreekt een echte hydrostatische kolom en wordt de intracraniële druk potentieel niet meer correct naar de externe druksensor overgedragen. 

Het is onduidelijk hoe deze situatie de intracraniële drukmeting precies beïnvloed en hoelang deze meting betrouwbaar blijft.  Aan de hand van in vitro en in vivo metingen trachten we hier meer duidelijkheid over te krijgen.

Onderzoeksprojecten onder leiding van Dr. Giorgio G. Hallaert

Wat is glioblastoma?

Glioblastoma is de meest voorkomende en meest kwaadaardige primaire hersentumor.

De rol van de subventriculaire zone in glioblastoma: prognostische factoren, moleculair biologische factoren en mogelijke therapeutische implicaties.

Dit onderzoek behelst een retrospectieve studie van glioblastoma patiënten, behandeld in de periode 2003-2014 in UZ Gent en AZ Delta. De patiënten die chirurgisch behandeld werden en adjuvante temozolamide-gebaseerde radiochemotherapie ondergingen, werden geïncludeerd. De beeldvorming werd bestudeerd mbt de betrokkenheid van de subventriculaire zone. Op bewaard tumor weefsel werden moleculair biologische factoren bepaald (IDH, MGMT). De subventriculaire zone werd de novo ingetekend op de radiotherapieplanning om de incidentele dosis op deze structuur te berekenen.

  • onderzoekers: Jean-Piere Kalala (promotor), Tom Boterberg (promotor), Dirk Van Roost (promotor), Gorgio Hallaert (doctoraatstudent), H. Pinson (ASO neurochirurgie)
  • samenwerking met UZ Gent: diensten Pathologie, Radiotherapie-Oncologie, Genetica, Neurochirurgie en AZ Delta: diensten Pathologie, Radiotherapie-Oncologie, Neurochirurgie

Wakkere neurochirurgie bij glioblastoma

UZ Gent werkt mee aan een internationale, multicentrische studie waarbij de invloed van de techniek van "awake neurosurgical resection" op de overleving van glioblastoma patiënten wordt bestudeerd. Hiertoe zullen geschikte patiënten, door toeval gerandomiseerd worden voor wakkere resectie of resectie onder volledige narcose. Doel is de discussie binnen de neurochirurgische gemeenschap te beslechten omtrent of het opereren met een patiënt in wakkere toestand wel degelijk gunstig is mbt de overleving.

miRNA bij glioblastoma

Er zijn rapporten die aantonen dat er bepaalde micro RNA's circuleren in het bloed van patiënten met glioblastoma. Dit is echter nog geen zekerheid, evenmin welke subtypes dan aanwezig zijn. We verrichten een prospectieve studie, waarbij we bij patiënten met de nieuwe diagnose van glioblastoma veneus bloed afnemen en zullen onderzoeken op miRNA. En dit niet alleen bij diagnose maar ook bij de klassieke follow-up. Aldus kan inzicht verworven worden in de vraagstelling of miRNA als "biomarker" of zelfs als "liquid biopsy" kunnen fungeren bij glioblastoma. 

Onderzoeksprojecten onder leiding van Dr. Dirk Van Roost

Real-time meerwegscodering van uitgevoerde, geobserveerde en ingebeelde bewegingselektrocorticografie ondersteund door avatar-gebaseerde gebruikerstraining

Gebruik makend van intracraniële elektroden, temporair geïmplanteerd voor epileptologische diagnostiek, wordt een brain-machine interface geoptimaliseerd, dat verbale communicatie mogelijk maakt zonder inzet van gesproken taal of motoriek.

Magnetische nanodeeltjeshyperthermie voor de behandeling van spinale metastasen

Uitwerking van een techniek voor repetitieve gecontroleerde regionale hyperthermie ter behandeling van wervelmetastasen, gebaseerd op met nanopartikels gedoteerde kyfoplastie en een extracorporele elektromagneet.

Subthalamische kernactiviteit bij de verwerking van lichamelijke en geestelijke actiewerkwoorden bij mensen met de ziekte van Parkinson

Neuromodulatie in de Epilepsiechirurgie

Publicaties (in het Engels)

Vragen?

  • Gorgio Hallaert, onderzoeker
giorgio.hallaert@ugent.be
  • Jelle Vandersteene, onderzoeker
Jelle.Vandersteene@UGent.be
  • Dirk Van Roost, onderzoeker

dirk.vanroost@ugent.be